In het centrum van Brussel, op een steenworp van de KVS, vind je Voyaach, een STEK die zich richt op mensen in een precaire verblijfssituatie. Ook zij hebben recht op een menswaardig bestaan. Daarom vinden ze bij Voyaach gespecialiseerde hulp- en dienstverlening, maar kunnen er ook deelnemen aan tal van vormingen, politieke acties en vrijetijdsactiviteiten.

Voyaach bestaat sinds 2015. Het is een samenwerkingsverband tussen momenteel drie partners. De vrienden van K. is een vrijwilligersorganisatie voor studenten zonder wettig verblijf, Pigment een vereniging waar armen het woord nemen en Meeting van Samenlevingsopbouw Brussel een onthaal- en steunpunt voor mensen zonder wettig verblijf.

Veerle, opbouwwerkster bij Meeting, legt de werking van Voyaach uit. Naast haar zit Charaf. Charaf woont en werkt al meer dan tien jaar in ons land, maar heeft nog steeds geen papieren. Hij vertelt over het vrijwilligerswerk dat hij bij Voyaach doet. Voor hem is het hier een plek waar hij nieuwe mensen leert kennen, vormingen volgt, en bij problemen naar de juiste diensten wordt doorverwezen. Maar Voyaach is ook de plek die hem politiek bewust maakte.

 

Voyaach2

Foto: Samenlevingsopbouw Brussel


Iets bijdragen

Als introductie doet Veerle het aanbod van Voyaach uit de doeken. Dat gaat van een socio-juridische permanentie voor individuele vragen tot de ondersteuning van zelforganisaties van mensen zonder wettig verblijf. “In heel dat aanbod is ons onthaal van Pigment vzw cruciaal,” benadrukt ze. “Als bezoekers hier in een STEK niet gewoon kunnen binnen stappen, valt de rest in duigen. Bovendien zorgen we voor een toegankelijk aanbod met voor ieder wat wils. Zo kunnen mensen hier gratis op de computer werken of eens in de weggeefkast neuzen. Maar ze kunnen ook vorming volgen over hun rechten bij een politiecontrole.”

Charaf knikt: “De eerste keer dat ik hier kwam, had ik een vraag over mijn verblijfsvergunning. Een vriendin had me gezegd dat ze me hier zouden helpen. Ik moest naar een sociaal werker genaamd Ronnie vragen. Hij heeft me perfect geholpen, maar het was vooral de warme sfeer die me hier opviel. Ze boden me een tas koffie aan en stelden me meteen op mijn gemak. Uiteindelijk ben ik blijven terugkomen. Ik heb hier mensen van overal ter wereld leren kennen. We koken samen en lachen wat af. Dat is fijn, want in onze situatie voel je je erg vaak alleen.”

Ondertussen is Charaf vrijwilliger bij Voyaach. “Ik sta mee in voor het onthaal. Omdat ik me in een gelijkaardige positie bevind, weet ik precies hoe ik nieuwe bezoekers kan geruststellen. Ik ken hier ook iedereen bij naam en weet dus perfect naar wie ik hen moet doorsturen. Voyaach is voor mij een veilige plek, maar nog belangrijker dan dat is dat ik hier iets kan bijdragen. Ik kan mijn vrije tijd hier op een positieve manier invullen. Dat doet nog meer deugd dat al hetgeen ik hier krijg.”


Iedereen mocht telkens zijn mening geven

In het maatschappelijk discours lijken mensen in een precaire verblijfssituatie profiteurs te zijn. “Het omgekeerde is waar,” benadrukt Veerle. “De overgrote meerderheid wil werken of werkt al. Mensen zeggen expliciet dat ze niet van het systeem afhankelijk willen zijn. We merken wel dat ze onder dat soort vooroordeel gebukt gaan. Daarom hebben we vorig jaar ‘Cri d’alarme des sans papiers’ opgezet, dat onder meer geleid heeft tot een reeks zelfgemaakte video’s die de moeilijkheden tonen waarmee mensen zonder papieren in hun dagelijks leven te maken hebben. Het was een participatief project waarbij de deelnemers niet alleen leerden om die video’s op te nemen en te monteren, maar ook om in groep samen naar een doel toe te werken.”

Charaf nam ook deel aan ‘Cri d’alarme des sans papiers’ en benadrukt hoeveel hij geleerd heeft. “We hebben dit allemaal samen gedaan. Bij iedere nieuwe stap overlegden we met de groep hoe we het gingen aanpakken. Iedereen mocht telkens opnieuw zijn mening geven. Dat was niet altijd even gemakkelijk, want voor mensen in onze situatie ligt het heel gevoelig om hun levensverhaal te vertellen. Ik ben dan ook heel trots dat we tot zo’n resultaat gekomen zijn.”

Gelukkig is niet heel ons leeraanbod zo zwaar op de hand,” lacht Veerle. “Vorig jaar gaven we kookles, bakten we samen pizza’s of volgden we relaxatieoefeningen.” Charaf knikt: “Ik heb hier een fotografiecursus gevolgd. Dat wilde ik altijd al doen dus heb ik dat hier aangebracht. Een tijdje later zaten we kiekjes te nemen. Samen met twee andere bezoekers fotografeer ik nu de stad. De strafste foto’s verkopen we als postkaarten.”


Voyaach3

Foto: Samenlevingsopbouw Brussel


Verloren in procedures

Hoewel hij geen werkvergunning heeft, is Charaf toch aan de slag. “Ik heb al tientallen baantjes gehad, ook bij grote bedrijven. Dat gaat meestal in onderaanneming. Op die manier zijn ze niet verantwoordelijk als er iets fout loopt. Dat gebeurt wel eens, want het werk dat ze mensen zonder wettig verblijf geven, is het werk dat anderen niet willen doen. Ik herinner me een keer dat ik een hele dag met loodzwaar materiaal moest zeulen. Toen ik de volgende ochtend uit bed kwam, was mijn rug geblokkeerd. Ik moest naar de dokter, maar dat is niet zo eenvoudig.”

“Mensen zonder wettig verblijf hebben recht op dringende medische zorg”, legt Veerle uit, “Maar daarvoor moeten ze eerst een attest van de dokter krijgen dat ze zorg nodig hebben. Daarmee moeten ze naar het OCMW voor een medische kaart die aangeeft dat de zorg terugbetaald zal worden, waarna ze terug naar de dokter kunnen om de eigenlijke behandeling te krijgen. Mensen lopen verloren in deze ingewikkelde procedure. Wij informeren hen en verwijzen hen desnoods door zodat ze toch de sociale bescherming krijgen waar ze recht op hebben.”

“Voor dit en andere vragen hebben we hier één keer per week een socio-juridische permanentie,” gaat Veerle verder. “Bezoekers kunnen er terecht met al hun mogelijke vragen in verband met verblijfsstatuut, arbeidsvergunning, medische kaart … Wij leggen hun uit welke rechten ze hebben en zoeken waar mogelijk naar oplossingen. Als de vragen te complex zijn kunnen we een beroep doen op de diensten van Medimmigrant die zich specialiseren op het vlak van medische zorgen voor mensen zonder wettig verblijf, of Fairwork dat er is voor werknemers zonder papieren. Samenwerken met tal van partners is essentieel om de sociale bescherming van mensen vooruit te helpen. Als STEK kunnen wij dat niet alleen.”


Collectieve problemen

De impact van deze STEK op het leven van Charaf is groot, maar hij benadrukt dat de belangrijkste verandering voor hem was in te zien dat hij niet alleen staat. “Voyaach heeft me op politiek vlak de ogen geopend. Ik ben hier binnen gekomen met vragen over mijn individuele situatie, maar heb gezien dat we hier voor een collectief probleem staan. Ik ben niet de enige die vastloopt in te complexe procedures voor mijn medische kaart. Ik ben niet de enige die op zijn werk wordt uitgebuit. Om dat te veranderen moeten we ons organiseren. We doen dat ook. Zo hebben we een collectief opgericht en zijn met de directeur van Actiris, de Brusselse arbeidsbemiddelingsdienst, gaan praten. We hebben hem onze situatie uitgelegd. En met succes! Hij is er voor gewonnen om mensen zonder papieren bij Actiris toe te laten zodat ze kunnen deelnemen aan een opleiding voor knelpuntberoepen.”

Veerle knikt, maar benadrukt dat zulke resultaten niet vanzelf komen. “Om ons politiek werk te kunnen doen, moeten we als STEK voldoende autonomie hebben. We moeten de vrijheid hebben om het beleid op problemen te wijzen en samen met de mensen oplossingen aan te reiken. Enkel op die manier kunnen we iedereen geven waar hij recht op heeft.”

Ondertussen benadrukt Charaf hoezeer hij zich thuis voelt in Voyaach. “Ik ben hier mensen tegengekomen die in hetzelfde schuitje zitten. Sommigen hebben het beter dan ik, sommigen nog slechter,  maar het belangrijkste is dat we elkaar hier begrijpen.”


Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.