De rijkste wijk van Antwerpen als je vanachter begint.’ Zo omschrijven bewoners wel eens Deurne-Noord, een buurt gekneld tussen het Sportpaleis, de Ring en het Bosuilstadion. Er is heel wat verkeer, geluidsoverlast en armoede. Toch zijn veel bewoners trots op hun wijk. Een van de redenen is buurtwerking Dinamo van Samenlevingsopbouw Antwerpen stad. Deze zomer brengen we elke week het verhaal van één van de mensen in het buurthuis. Van bezoekers over vrijwilligers tot professionals. Wat drijft hen naar het buurthuis? Wat vinden ze daar en wat dragen ze bij? Het resultaat zijn soms treurige, soms grappige, maar altijd hoopgevende verhalen vol energie. Deze week: vrijwilligster An.

‘Mijn levensloop is nogal wiggel waggel. Op een bepaald moment ben ik in Deurne beland. Ik was toen vrachtwagenchauffeur. Ja, vrachtwagenchauffeur. Ik heb in heel Europa gereden, hoewel ik op het einde vooral de haven van Antwerpen bediende. Als vrouw was dat geen evidente job. Eind jaren 1980 had die sector dringend volk nodig. Wij zijn toen met heel wat dames begonnen. Ik mag wel zeggen dat wij dat goed gedaan hebben, want nu heb je steeds meer vrouwen achter het stuur van een vrachtwagen. Als ik erop terugkijk, vind ik dat nog altijd een fijne periode. Uiteindelijk heb ik het vijfentwintig jaar gedaan. Maar op het einde was het genoeg. Stoppen was geen impulsieve beslissing. Er ging een heel proces aan vooraf. Een belangrijke factor was toch dat je als camionchauffeur je hersenen te weinig uitdaagt.


190826 An

Foto: Samenlevingsopbouw Antwerpen stad©

 

Diploma

Uiteindelijk ben ik opnieuw gaan studeren. Ik heb op mijn vijftigste een bachelor gezinswetenschappen behaald. Ik had nog graag een master gehaald, maar dat mocht niet van de RVA. Niet arbeidsmarktgericht genoeg. Toch ben ik blij met die studiejaren. Het heeft mij goed gedaan. Toen ik nog vrachtwagenbestuurder was, was ik een heel hard iemand. Door te studeren is dat veranderd. Ik ben een andere persoon geworden. Alleen jammer dat ik er nog geen werk mee gevonden heb. Ik zou niets liever willen.

Met mijn diploma zoek ik voornamelijk in de sociale sector en dat is niet evident. De besparingen hebben lelijk huisgehouden. Bovendien heb ik natuurlijk mijn leeftijd. Als ik solliciteer, zit ik in een kamer met mensen die vijfentwintig jaar jonger zijn. Als ik hen zie, denk ik soms: “Geef die job maar aan hen. Zij moeten hun leven nog beginnen.”


Solliciteren

Ik moet solliciteren. Online, zodat ze het kunnen controleren. Daar kruipt wel wat tijd in, maar ik snap dat. Ik wil ook heel graag een job! Alleen heb ik de pech dat ik die baan in de sociale sector zoek. Die organisaties hebben nog het fatsoen om op elke brief te reageren. Dat maakt dat ik telkens opnieuw een “njet” moet incasseren. Ik kan je vertellen: mentaal komt dat keihard aan. Als ik iets verwacht van de komende verkiezingen is dat de nieuwe regering voor een ander activeringsbeleid zal kiezen. Dat moet echt menselijker.

Soms hoor je een hele tijd niets en dan vallen er vier afwijzingsbrieven in de bus. Vorige week was zo’n week. Bij de laatste brief, redde ik het niet meer. Gelukkig kan ik dan bij Dinamo terecht. Ik heb een lange babbel met Hafida gehad. Ja, daar wordt dan wel eens bij gebleit, maar zij troost mij en zorgt ervoor dat ik niet bij de pakken blijf zitten.

 

Politiek

Toen ik als chauffeur gestopt was, had ik wat meer tijd om mijn post te lezen. Op een dag lag er een flyer over Deurne Draait Door in de bus, het project over zuinig energiegebruik dat het buurthuis had opgezet. Dat interesseerde mij wel. Ik ben gaan luisteren en ik ben blijven hangen. Waarom ik gebleven ben? Toen ik studeerde, was Dinamo een rustpunt voor mij. Een vaste middag om naartoe te gaan, voor een babbel, samen iets te eten. Toen ik mijn diploma had gehaald, bleef ik komen.

Sommige projecten interesseren me, andere niet. Ik herinner me nog een infoavond over de Lange Wapper. Daar heb ik grote ogen getrokken. Ik was niet de enige trouwens. Niemand wist hoe dichtbij ze hier zouden bouwen. Voor mij was dat de start om te protesteren. Ik ben altijd al geëngageerd geweest.

Daarom boeien de meer politieke projecten mij wel. De voorbije twee keer heb ik meegedaan met Ieders Stem Telt. Ik heb gemerkt dat politici op hun stoel beginnen wiebelen als er een vrijwilliger voor hen zit met de eis om een socialer beleid te voeren. Voor hen is dat moeilijker dan als er een professional een memorandum onder hun neus schuift. Ik heb me dan ook opgegeven voor de denkgroep van Ieders Stem Telt in de aanloop van de gemeenteraadsverkiezingen in 2018.


Deel van het meubilair

Ondertussen ben ik hier deel van het meubilair geworden. Ik doe mee met de deelprojecten en als er gekookt moet worden, weten ze mij te vinden. Voor de Budgetgidsen en Koffie & Formulieren pas ik. Beide projecten liggen in het verlengde van mijn studies. Volgens de regels vrees ik dat ik dat niet mag van de VDAB. Ik wil geen risico’s nemen.

Bij Dinamo kan ik echt mijn ei kwijt. Ik krijg hier ook best wat verantwoordelijkheid. Als er bijvoorbeeld nieuwe potten voor de keuken nodig zijn, kan ik die gewoon in de winkel kopen.


Pittige discussies

Tegelijk verzet ik me altijd tegen wat ik “het afwasmandaat” noem: vrijwilligers die wel inspraak hebben in de dagelijkse praktische gang van zaken, zoals de keuze van het afwasproduct, maar geen zeggenschap over de richting die het buurthuis uitgaat. Dat levert soms pittige discussies op. Ik weet uiteraard dat ik een atypische vrijwilliger ben. Ik stel constant vragen. Eigenlijk denk ik dat ik voor de medewerkers soms een moeilijke madam ben. Mijn droom is om als vrijwilliger zelf een project te trekken.

Ik heb vroeger vrijwilligerswerk bij de voedselbank gedaan. Daar maak je soms dingen mee. Mensen die het witloof niet meenemen omdat ze geen idee hebben hoe ze het moeten klaarmaken. Of vrouwen die de paté komen terugbrengen omdat hij zogezegd niet goed is. Als je dan doorvraagt, blijkt dat ze hem in de microgolf hebben opgewarmd. Daarom zou ik bij Dinamo graag een Soeperdeboere organiseren met eten van hier. Niet om te betuttelen of vanuit het idee dat iedereen Vlaamse kost moet eten. Maar om nieuwkomers lokale producten te leren kennen. Daarmee boek je vooruitgang op het vlak van ecologie en gezondheid, en nog belangrijker … het is goed voor ieders portefeuille.


Evenwaardig

Ondertussen zijn er hier natuurlijk ook zaken waar ik ambetant van word. Ik plan de dingen graag. Ik kan niet goed tegen chaos en dat is hier soms meer regel dan uitzondering. Zo wou ik vorige week in de keuken beginnen. Ineens stonden daar twaalf mensen die niet goed Nederlands spraken. Atlas had hen gestuurd. Zij zouden mee komen koken. Hier wist niemand daar van. Oké, we hebben dat opgelost. We lossen dat altijd wel op. Maar ik had het toch graag op voorhand geweten.

Als zoiets gebeurt, zeg ik ook dat het mij stoort. Soms doe ik dat wel eens te fel. Ik heb dan gelijk, maar de manier waarop ik dat zeg is te heftig. Achteraf geeft Hafida mij daar dan voor op mijn donder. Terecht. Ik moet daar aan werken. Tegelijk stelt zij zich ook kwetsbaar op en geeft ze haar fouten toe. Op zulke momenten voel ik mij echt evenwaardig. Dat is fijn. Dan voel ik dat ik hier echt mijn plek heb.’

 

Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.