De rijkste wijk van Antwerpen als je vanachter begint.’ Zo omschrijven bewoners wel eens Deurne-Noord, een buurt gekneld tussen het Sportpaleis, de Ring en het Bosuilstadion. Er is heel wat verkeer, geluidsoverlast en armoede. Toch zijn veel bewoners trots op hun wijk. Een van de redenen is buurtwerking Dinamo van Samenlevingsopbouw Antwerpen stad. Deze zomer brengen we elke week het verhaal van één van de mensen in het buurthuis. Van bezoekers over vrijwilligers tot professionals. Wat drijft hen naar het buurthuis? Wat vinden ze daar en wat dragen ze bij? Het resultaat zijn soms treurige, soms grappige, maar altijd hoopgevende verhalen vol energie. Deze week: vrijwilligster Karen.

Joke, die hier opbouwwerkster is, heeft mij al enkele keren gevraagd om mee te doen aan projecten tegen armoede. Maar dat weiger ik. Ik heb misschien niet veel geld, maar armoede dat ken ik niet. Ik heb daar niets mee. Een paar jaar geleden hoorde ik hier een stagiair zeggen: “Samenlevingsopbouw werkt voor mensen in armoede.” “Dommerik”, heb ik hem geantwoord. Ja sorry, dat vind ik echt dom. Ik weet dat anderen er hier anders over denken, maar bij Dinamo gaat het voor mij niet over armoede, maar over elkaar ontmoeten.

 

Karen
Foto: Samenlevingsopbouw Antwerpen stad©


Elkaar kennen

Wat het in Deurne-Noord moeilijk maakt om te wonen, is het onbekende. Daarom vind ik het onze taak om mensen elkaar te leren kennen, ook de zwakkeren in de samenleving. Een paar jaar geleden zat ik in het Rivierenhof op een bankje naast een vrouw met een hoofddoek. Haar kindje speelde iets verderop. Ineens kwamen er vier mensen naar haar toe, die haar begonnen uit te schelden. Zonder enige reden. Ik wou er iets van zeggen, maar durfde niet. Ze waren met vier. Ik was daar erg van aangedaan.

Ik geloof dat als je mekaar kent, je zulke dingen niet doet. De dag erna heb ik gevraagd of ik hier mijn eigen project mocht starten: ouders en kinderen. Ik gaf knutselen aan kinderen vanaf twee jaar. Hun ouders moesten meekomen. Wat ik deed was heel kort uitleggen wat ze moesten doen en dan vertrok ik. Op die manier moesten ze het maar met elkaar uitzoeken. In die groep zaten mensen van alle soorten. Het project is al een paar jaar gestopt, maar ik zie nog altijd ouders die elkaar van toen kennen en nog steeds afspreken.


Beschermde jeugd

Sorry, maar ik ben aan het ratelen. Wat wil jij eigenlijk juist van mij weten? Mijn schoenmaat is 38 en mijn andere maten vertel ik je niet. Sorry, serieus nu. Ik ben de zesde van zeven kinderen. Heel mijn jeugd heb ik in Wemmel gewoond. Moeke was huisvrouw en mijn vader werkte voor de Royal Belge. Mijn oudste broer is verongelukt toen hij achttien was, een paar jaar later is mijn vader gestorven. Ik ben geboren met een hartafwijking.

Toen ik elf was, ben ik voor het eerst geopereerd. Daardoor heb ik een beschermde jeugd gehad. Ik werd altijd in de watten gelegd en door iedereen van de familie ontzien. Alles wat ik deed, werd toegedekt. Ik mocht zitten vloeken op mensen, voor moeke waren zij fout. Dat klinkt misschien leuk, maar zo ben ik nooit echt volwassen geworden. Toen ik hier in Antwerpen woonde, ben ik tegen de lamp gelopen en in de psychiatrie terechtgekomen. Daar hebben ze mij hulpmiddelen aangeleerd om eindelijk volwassen te worden.


Lang beschaamd geweest

Ik heb gestudeerd voor hulpboekhouder. Toen ik dat diploma had, heb ik een job gevonden in Merksem. Eerst woonde ik bij een tante. Daarna huurde ik een appartement in Borgerhout en uiteindelijk heb ik hier in 1999 een klein huisje van familie kunnen kopen. Alle stopcontacten staan scheef, maar het is van mij.

Ondertussen werkte ik, altijd als interim. Dat was mijn ding. Dan kon ik weg wanneer ik wou. Ik nam nooit vakantie. Ik werkte maar door. Ik vond dat fijn. Maar toen ben ik dus tegen de lamp gelopen.

Nu praat ik erover, maar ik ben lang beschaamd geweest. De enige waarmee ik erover praatte, had zelf in de psychiatrie gezeten. Ze kwam ook in het buurthuis. Op een avond vroeg mijn vriendin Maria hoe ik die mevrouw eigenlijk kende. Toen heb ik het allemaal verteld. Maria heeft dat lang voor zich gehouden. Joke zal misschien wel iets vermoed hebben, maar is dat pas veel later echt te weten gekomen. Dat is het fijne aan Dinamo. Je komt hier binnen en niemand vraagt naar je achtergrond, je inkomen of wie je bent. Ze zijn gewoon blij dat je er bent. Joke kan mij echt dat gevoel geven. Dat is zo bevrijdend. Je krijgt de kans te groeien en vertrouwen op te bouwen. Mij heeft dat zo’n deugd gedaan.


Vrijwilligerswerk

Ik woonde nog maar pas in Deurne toen ik in een buurtkrantje las dat je in het buurthuis op de Lakborslei crea kon volgen. Ik weet nog dat ik met een kaart van Deurne in de hand de weg moest zoeken. Dat was echt niet makkelijk, want ik heb een vorm van agorafobie waardoor ik soms niet van punt A naar punt B durf. Het gaat wel als er iemand bij is die ik een beetje ken. Ik heb ook altijd enkele nummers in mijn zak zitten om naar te bellen als het mij overvalt. Enfin, ik herinner me nog dat ik te laat was om me in te schrijven, maar toch mocht meedoen. Servetten kleven en 3D-kaartjes maken. Dat was fijn. Kort daarna ben ik weer even buiten strijd geweest. Maar toen ik terugkwam, was het precies alsof ik nooit weggeweest was.

Toen ze hier hoorden dat ik boekhouder ben, vroegen ze of ik vrijwilligerswerk wou doen. Joke deed dat op haar typische manier. Ze zei niet: “Doe dat maar, want het zal je goed doen.” Nee, ze vroeg of ik hen uit de nood wou helpen. Hoe kan je daar nu nee op zeggen? Ik kreeg direct een zekere verantwoordelijkheid. Ik deed de toog. Koffie, thee, maar ook de verkoop van vuilniszakken. Op het einde moest je zien dat je kas klopte. Als je dan te weinig had, vloekte je wel eens.


Familie

In 2013 ben ik dan voor de tweede keer aan mijn hart geopereerd. Ze hebben een nieuwe klep gestoken. Ik herinner me nog dat Maria, een vriendin die ik hier heb leren kennen, me vroeg hoe ik naar het ziekenhuis ging en wie er met me meeging. “Ik ga alleen met een taxi”, antwoordde ik. “Dan ga ik mee”, zei Maria.

’s Avonds vertelde ze dat aan haar zoon en uiteindelijk heeft hij ons gebracht. Ik heb die periode ongelooflijk veel steun gehad van de mensen hier. Jette, Maria … elke dag stonden ze aan mijn bed. Joke belde regelmatig. Dat is wat dit buurthuis voor mij betekent. Je hebt geen bloedband en toch ben je familie van elkaar.


Vertrouwen

Als ik kijk waar ik vandaag sta … dat is onvoorstelbaar. Allemaal dankzij het vertrouwen dat ik hier gekregen heb. Ons moeke had vroeger graag gezien dat ik secretariaat deed. Maar ik was niet sociaal, presenteerde ook niet als een mooi meisje. Ik wilde met mijzelf bezig zijn. Die cijfertjes bij boekhouden waren daar ideaal voor. Maar nu ... Als ze hier iemand nodig hebben om over Dinamo te vertellen, doe ik dat graag. Even flyeren en mensen aanspreken? Geen probleem. Alles wat ik dacht niet te kunnen, daar blijk ik eigenlijk heel goed in te zijn.’

 

Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.