De rijkste wijk van Antwerpen als je vanachter begint.’ Zo omschrijven bewoners wel eens Deurne-Noord, een buurt gekneld tussen het Sportpaleis, de Ring en het Bosuilstadion. Er is heel wat verkeer, geluidsoverlast en armoede. Toch zijn veel bewoners trots op hun wijk. Een van de redenen is buurtwerking Dinamo van Samenlevingsopbouw Antwerpen stad. Deze zomer brengen we elke week het verhaal van één van de mensen in het buurthuis. Van bezoekers over vrijwilligers tot professionals. Wat drijft hen naar het buurthuis? Wat vinden ze daar en wat dragen ze bij? Het resultaat zijn soms treurige, soms grappige, maar altijd hoopgevende verhalen vol energie. Deze week: opbouwwerkster Rein.

Weet je wat het belangrijkste talent van een opbouwwerker is? Een open geest hebben. Kunnen zeggen: “Dat is waar. Daar had ik niet aan gedacht.” Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De clou is dat je jezelf niet beter voelt dan een ander. Die andere kan evengoed zinnige zaken te zeggen hebben. Voor een blanke middenklasser als ik is dat geen gemakkelijke gedachte. Ik ben vijfenzestig en ga met pensioen. Toch probeer ik me hierin te oefenen. Elke dag lukt het me een klein beetje beter.

Rein

Foto: Samenlevingsopbouw Antwerpen stad©


Succes smaakt naar meer

Ik ben mijn carrière als opbouwwerker in Deurne gestart en ik sluit ze hier af. Dat heeft wel iets, vind ik. In 1996 kwam ik uit de bijzondere jeugdzorg en kon bij ’t Pleintje beginnen, maar werd direct naar Deurne-Noord gedetacheerd. Hier was werkelijk niets: geen voorzieningen, geen andere diensten, niets. We zijn dan maar van deur tot deur gegaan om mensen te ronselen voor een buurtcomité. Toen dat er was, hebben we een plan opgesteld om een terrein in te richten dat we van de Vlaamse overheid gekregen hadden. Sommigen wilden speelgelegenheid, anderen een hondenlosloopweide, nog anderen een feestterrein. Het is uiteindelijk een combinatie geworden waar iedereen zijn gading in kon vinden.

Dat succes smaakte naar meer. We sloegen de handen in elkaar met de ploeg die Joke tezelfdertijd bij elkaar gebracht had. Samen met het district stelden we een wijkontwikkelingsplan voor Deurne-Noord op. Dat pakte een heel aantal problemen aan, problemen waar de buurt mee kampte. Zo kwam er meer speelgelegenheid, een petanquebaan, het woonkantoor … en een buurtwerking. Van zodra het team in de Lakborslei zijn weg had gevonden, riepen ze mij terug naar Deurne-Zuid.


Zelfcorrigerende context

Deurne-Zuid is toch anders dan hier. Deurne-Noord is een volkse wijk waar bij wijze van spreken iedereen arm is en iedereen door elkaar woont. Dat weerspiegelt zich ook bij Dinamo. Ik mag zeggen dat er zich bij ons maar zelden conflicten tussen etnisch-culturele groepen voordoen en als ze er zijn, escaleren ze nooit. Die zelfcorrigerende context is iets waar we trots op mogen zijn.

En als wij dat hier kunnen, kan dat elders ook. Wij bewijzen in de praktijk dat het discours over hoe de multiculturele samenleving mislukt zou zijn, onzin is. Ik maak me daar trouwens eigenlijk wel zorgen over. Hoe het naburige Borgerhout door de pers en een bepaald deel van de politiek gecriminaliseerd wordt … Dat is misdadig.


Niet vanzelf

Voor de duidelijkheid: mensen van verschillende afkomst mixen, dat gaat niet vanzelf. Hoe wij het dan aanpakken? Simpel: speel in op het positieve dat mensen verbindt. Laat ze samen aan iets werken. Ja, ik weet het: dat is melig, dat is de Bond zonder Naam. Maar je gaat het er toch mee moeten doen. Je hebt het zelf gezien. Het werkt.

Concreet organiseren we activiteiten en zien erop toe dat alle groepen mee aan tafel zitten, zonder dat we daar veel nadruk op leggen. Als Joke een deelmarkt organiseert, zorgt ze ervoor dat er tijdens de eerste voorbereiding wat oudere Belgische mannen meedoen om de weggeefspullen bij elkaar te brengen, wat nieuwkomers om de dozen te helpen sjouwen, en wat Marokkaanse madammen om de activiteit in de buurt bekend te maken. Eens die samen hun schouders onder de activiteit zetten, is taal of afkomst zelden of nooit een thema. Meer zelfs, de activiteiten met een divers organisatiecomité trekken meer volk.


Respect

En ja, als je op die manier iets organiseert, zal je dikwijls zien dat tijdens de activiteit zelf de verschillende groepen gescheiden zijn. Dat is des mensen. Als wij een familiefeest hebben, dan gaan de jonge mensen toch ook bij elkaar zitten, net als de ouderen. Na een paar uur zie je dat de mannen bij de mannen en de vrouwen bij de vrouwen zitten. Zolang die groepen niet vies naar elkaar kijken, is daar niets mis mee. Het is toch niet aan ons om te bepalen wie met wie bevriend moet zijn.

Want eigenlijk draait het daarom: respect. Ik gebruik nu alweer een oude term, maar respect voor ieders eigenheid is belangrijk. Je speelt in op ieders noden en probeert de omslag te maken naar wat ze kunnen. Wat ze graag doen. Als je ervoor zorgt dat mensen ergens thuis kunnen zijn, daar ook iets betekenen, dan zal je zien hoe graag ze iets teruggeven.

Respect voor ieders eigenheid betekent dat je nadenkt over hoe iedereen zich hier thuis kan voelen. Concreet gaat dat over halal voedsel, niet moeilijk doen over een hoofddoek … Dat gaat in tegen het huidige politieke klimaat dat stelt dat de ander zich moet aanpassen. Maar ja, je kunt blijven vasthouden aan recepten die niet werken. Stikken in je eigen gelijk. Maar op den duur is heel de stad daar het slachtoffer van.


Politiek correct?

En nee, wij hebben hier geen traditioneel rood-groen publiek. Verre van. Ik zou ze de kost niet willen geven, de bezoekers van Dinamo die op de partij van de burgemeester stemmen. Wij zouden dat soort praat hier trouwens ook kunnen verkopen. Mensen aanspreken op de verschillen en op basis daarvan polariseren. Daar is niets moeilijk aan. Maar een deel van de bezoekers zou wegblijven. Dinamo zou niet meer van heel Deurne-Noord zijn.

Wil dat zeggen dat wij politiek correct zijn? Als je daarmee bedoelt dat wij iedereen respectvol behandelen, ja dan zijn wij politiek correct. Bedoel je daarmee dat er hier dingen niet gezegd mogen worden, nee, dan niet. Integendeel, ik luister graag naar dissidente stemmen. Dat bedoel ik met die open geest. Als je goed luistert, leggen dissidente stemmen vaak de vinger op de wonde. Bovendien hebben mensen die het dominante discours niet volgen, ook recht van spreken.


Tijd

Ik herinner me die oude dame tijdens de nabespreking van de koloniale treinrit door Antwerpen. Die voelde zich zwartgemaakt, niet gerespecteerd. Daar moet je dan iets mee. Op dat moment wou ik haar geruststellen door naar haar verhaal te vragen. In al die jaren heb ik geleerd dat je veel spannende momenten ontmijnt door mensen gelijk te geven in deelaspecten van wat ze zeggen. Later kan je daar dan dieper op ingaan. Dat is ook de kracht van een buurtwerking. Een buurtwerking geeft tijd.

Ik zal dat soort discussies trouwens erg missen als ik straks met pensioen ben. Ja, ik kan ze onder vrienden voeren, maar dat is niet hetzelfde. Dan zit je toch in je eigen bubbel. Door met pensioen te gaan, kom je toch in een bepaalde leeftijdscategorie vast te zitten. Daar heb ik schrik van. Want als er een ding is dat ik altijd fantastisch gevonden heb, is dat het luisteren naar hoe jonge collega’s naar actuele sociale problemen kijken. Dat geeft mij zuurstof.’


Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.