De rijkste wijk van Antwerpen als je vanachter begint.’ Zo omschrijven bewoners wel eens Deurne-Noord, een buurt gekneld tussen het Sportpaleis, de Ring en het Bosuilstadion. Er is heel wat verkeer, geluidsoverlast en armoede. Toch zijn veel bewoners trots op hun wijk. Een van de redenen is buurtwerking Dinamo van Samenlevingsopbouw Antwerpen stad. Deze zomer brengen we elke week het verhaal van één van de mensen in het buurthuis. Van bezoekers over vrijwilligers tot professionals. Wat drijft hen naar het buurthuis? Wat vinden ze daar en wat dragen ze bij? Het resultaat zijn soms treurige, soms grappige, maar altijd hoopgevende verhalen vol energie. Deze week: bezoeker Alaa.

‘Ik kan niet thuisblijven. Ik moet vooruit. In mijn klas zit een Marokkaanse man. In dezelfde periode praat hij beter Nederlands dan ik. Dat motiveert me. Ik wil me met hem meten. Ik kijk altijd omhoog. Jij zegt dat mijn Nederlands goed is. Ik ben het niet met je eens. Ik moet me steeds verbeteren. Ik zie mensen die hier al twintig jaar zijn en de taal niet beter spreken dan ik. Dat kan toch niet. Waarom willen zij niet vooruit?

 

Alaa

Foto: Samenlevingsopbouw Antwerpen stad©


Formule 1

Toen ik klein was keek ik op televisie naar de formule 1: Barrichello, Räikkönen, Schumacher. Maar ook naar de monteurs. Hoe snel zij de computers van die wagen konden programmeren! Dat wou ik ook. Daarom heb ik voor ingenieur gestudeerd met elektriciteit als specialisatie. Mijn diploma is hier als bachelor erkend. In mijn land heb ik drie maanden kunnen werken, maar toen ging het fout.Ik kom uit een klein dorp in de buurt van Latakia, de belangrijkste haven van Syrië. Het protest tegen Assad is er groot, de represailles ook. De toestand is er dramatisch. Samen met mijn ouders ben ik naar Turkije gevlucht, maar daar kan je geen leven uitbouwen. Daarom ben ik alleen per boot naar Griekenland doorgereisd en dan met de bus en de trein via Oostenrijk naar Duitsland. Daar ben ik één dag gebleven.


Talen oefenen

In mijn land heb ik goed Engels geleerd, maar dat spreken ze in Duitsland niet. Onderweg probeerde ik met mensen te praten. Waar moet ik overstappen? Hoe kom ik Frankfurt? Maar niemand kon of wilde mij helpen. “Je bent in Duitsland, dus moet je Duits spreken.” Maar hoe kon ik dat? Ik was er pas een dag. Dat kwetste enorm. Ik wou daar niet blijven. In België is dat anders. Toen ik in Brussel aankwam, spraken de mensen ook niet allemaal Engels, maar ze probeerden me op een andere manier te helpen. Het Rode Kruis had er zelfs Arabische tolken. Fantastisch! Maar ik wilde zelf geen Arabisch spreken. Ik wilde Engels en de Belgische talen oefenen.

Later ben ik naar Antwerpen verhuisd. Hier is de haven en dus veel kans om met mijn diploma werk te vinden. Ik heb me de keuze niet beklaagd. De overheid helpt je hier. Het OCMW geeft me leefloon, ik kan in het centrum voor volwassenenonderwijs Nederlands leren, Atlas maakt me wegwijs in de stad. Zij hebben me naar Dinamo gestuurd.


2-Spraak

De eerste keer dat ik hier kwam was op 1 september 2016. Er was een feest om het begin van het werkjaar te vieren. Twee Syriërs kookten er een traditioneel gerecht: muhammara. De Belgische bezoekers waren enthousiast over het eten. Dat vond ik zo speciaal. Opbouwwerkster Joke heeft me toen aan Chris voorgesteld. Later mocht ik bij haar 2-Spraak volgen. Eigenlijk vind ik één uur per week veel te weinig, maar Chris is erg flexibel. Als ik een sollicitatie heb of een examen, dan komen we meer samen. Ik krijg rust in mijn hoofd als ik kan oefenen.

Het is ook fijn dat Chris me laat kiezen waarover we praten. Ik weet alles van elektriciteit, maar ik ken niet altijd de juiste technische woorden in het Nederlands. Chris is niet zo technisch aangelegd, maar door cursussen uit te lenen in de bibliotheek, boeken we samen vooruitgang. Ik schrijf me voor zoveel mogelijk lessen van de VDAB in, maar het duurt altijd zolang eer ik kan beginnen. Soms moet je eerst een test doen. Dat is niet fijn, maar het dwingt me om me voor te bereiden. Zo leer ik steeds bij en word ik sterker bij het solliciteren.


Kansen stijgen

Ik neem elke week de vacatures door, maar krijg weinig respons op de brieven die ik stuur. Misschien moet ik nog beter Nederlands leren. Bij de VDAB zeggen ze dat de meeste werkgevers op zoek zijn naar hogere diploma’s dan mijn bachelor. Ik wil nu ook wel werken als elektricien of assistent-ingenieur. Gelukkig mag ik, zolang ik geen werk vind, opleidingen volgen. Zo stijgen mijn kansen.

De VDAB vertelde me dat ik ervaring kan opdoen in het vrijwilligerswerk. Via Dinamo ben ik zo bij de Klappei terechtgekomen, een buurtcinema in Antwerpen-Noord. Daar hebben ze handen nodig voor hun verbouwing en onderhoud. Ik heb er een paar nieuwe mensen leren kennen. Dat is goed want zo kan ik Nederlands oefenen. Mijn droom is om een diploma van een Belgische universiteit te hebben. Eerst moet ik voldoende ervaring opdoen om onderaan te beginnen. Ik geef me daar twee jaar voor. Misschien kan ik dan een master doen: auto-elektronica of zo. Ik zal mijn best doen zodat ik een succesvol persoon kan zijn en anderen kan helpen, net zoals zij mij altijd hebben geholpen.’

 

Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.