De rijkste wijk van Antwerpen als je vanachter begint.’ Zo omschrijven bewoners wel eens Deurne-Noord, een buurt gekneld tussen het Sportpaleis, de Ring en het Bosuilstadion. Er is heel wat verkeer, geluidsoverlast en armoede. Toch zijn veel bewoners trots op hun wijk. Een van de redenen is buurtwerking Dinamo van Samenlevingsopbouw Antwerpen stad. Deze zomer brengen we elke week het verhaal van één van de mensen in het buurthuis. Van bezoekers over vrijwilligers tot professionals. Wat drijft hen naar het buurthuis? Wat vinden ze daar en wat dragen ze bij? Het resultaat zijn soms treurige, soms grappige, maar altijd hoopgevende verhalen vol energie. Deze week: vrijwilligster Halima.

‘Mijn eerste herinnering speelt zich af op de kleuterschool. Ik zal het nooit vergeten. In de familie hadden we de dag ervoor een feest gehad. Het was gezellig geweest en ik had net als mijn mama en tantes met henna op mijn handen mogen tekenen. Die was er nog niet af en ik zat te spelen. Ineens staat de juf naast me en roept op een heel gemene manier voor heel de klas: “Bah, jij hebt kaka op je handen.” Iedereen lachen.

Later op de lagere school controleerde het PMS ons op luizen. Die mevrouw gaat door mijn haar en duwt ineens mijn hoofd keihard naar voren. “Dees is nie in orde”, riep ze zodat iedereen het kon horen. Ik moest mee naar de refter waar ik met mijn hoofd naar voren moest zitten. Toen ik links en rechts keek, zag ik alle Marokkaanse kinderen van heel de school. Mijn moeder was doodbeschaamd. Ze kon het niet geloven, want ze waste ons haar regelmatig. ’s Avonds is ze met mij naar de dokter geweest. Die heeft een brief geschreven dat hij geen luizen kon vinden. Uiteraard kon dat het pesten niet tegenhouden. “Dees is nie in orde.” Ik was negen. Dat kerft in je ziel.

Ik heb vier kinderen. Een zoon van bijna achttien die dit jaar begonnen is aan zijn studies ingenieur, een dochter van bijna zestien die grafische communicatie volgt en een tweeling van vier maanden. Mijn twee oudsten hebben ook dergelijke zaken meegemaakt op school en in sportclubs. Het verschil is dat ik hier opgegroeid ben. Ik weet wat ze meemaken en stap naar de directie als er zich iets dergelijks voordoet.

 

190715 Halima

Foto: Samenlevingsopbouw Antwerpen stad©


Hou je koest en respecteer je leerkrachten

Mijn ouders waren hier nieuw. Ze spraken niet zo goed Nederlands. Als ik thuis vertelde wat ik had meegemaakt, kreeg ik er nog ruzie bovenop. “Hou je koest en respecteer je leerkrachten alsof ze je vader en moeder zijn.” Daar moest ik het mee doen.

Gelukkig is het bij ons nooit zo ver moeten komen, maar in de school van mijn zus is er ooit iemand veroordeeld voor racisme. Een papa was naar de rechtbank gestapt omdat het alom bekend was dat een bepaalde leerkracht vreemde kinderen vernederde in haar klas. Die vrouw heeft een taakstraf gekregen. De rechter verplichtte haar om in een asielcentrum te werken. Het stelt mij gerust dat die wetten er zijn en stilaan ook toegepast worden. Ik zie dat echt als een vorm van vooruitgang.


Om de twee jaar naar huis

Mijn grootvader werkte voor de Union Minière bij Metallurgie Hoboken. Eerst wou hij zijn gezin niet laten overvliegen, gewoon omdat dat toen nog niet de gewoonte was. Maar toen hij een baan voor mijn papa had geregeld, heeft hij hem eind jaren 1960 toch naar België gehaald.

Mijn papa is rond zijn twintigste getrouwd, maar mijn mama heeft nog bijna vier jaar bij haar schoonmoeder in Marokko ingewoond. Dat was hard, want papa kon maar om de twee jaar naar huis terug.


Cassettes

Ook telefoneren kon niet, dus communiceerden ze via cassettes die ze met de post opstuurden. Ik heb dat nog geweten. Mijn mama communiceerde op die manier met mijn grootmoeder. De boodschappen op die cassettes werden in stukken opgenomen. “Vandaag is het maandag. We zijn naar de winkel geweest.” En dan een paar dagen later: “Vandaag is het donderdag en hebben met zijn allen het veld bewerkt.”

Dat zorgde soms voor hallucinante situaties. Ik herinner me nog een cassette aan mijn moeder waar op de ene kant stond: “Vandaag is het dinsdag. Je papa voelt zich niet zo goed.” Dan was die kant afgelopen en moest je de cassette omdraaien. De eerste boodschap van de achterkant – een paar dagen later opgenomen – was: “Vandaag is je papa overleden.” Ik zal nooit het verdriet van mijn moeder vergeten toen ze dat hoorde.

Je verlaat je land voor een beter bestaan, vooral dan voor je kinderen. In ruil geef je je familie op, toch een belangrijk stuk van je leven. Ik vind het confronterend daarover na te denken. Over wat mijn ouders voor mij en mijn kinderen gedaan hebben.


Vrijwilligerswerk

Vroeger was mijn vader een harde man. Iemand die bijna nooit lachte. Toen hij vooraan de vijftig was en met brugpensioen moest, veranderde hij ineens in een goedlachse, lieve man. Hij had veel vrije tijd en begon vrijwilligerswerk te doen in de moskee. Die moskee was opgericht door een non, zuster Liesbeth, een schitterende vrouw. Ze organiseerde allerlei activiteiten zoals naailessen voor de vrouwen en elk begin van het jaar haalden de Marokkaanse papa’s van de moskee samen met zuster Liesbeth de kerstbomen in de wijk op. Dat was prachtig.

In mijn familie hebben we ons altijd voor de buurt geëngageerd. Mijn jongste broer is vrijwilliger bij de civiele bescherming. Een van mijn zussen is actief in het verenigingsleven van Borgerhout. Ik was eerst penningmeester en daarna voorzitter van de oudervereniging van de school waar mijn zoon tot vorig jaar zat, en ik zet me in bij Dinamo samen met een andere zus.

Ik ben hier trouwens via mijn andere zus terechtgekomen. Zij gaf een kookworkshop en mijn moeder en mijn andere zussen kwamen helpen. Dat was plezant. Het duurde maar een paar uur, maar we hadden onmiddellijk een band met de andere mensen uit de buurt. Later heb ik nog een cursus kindergrime gevolgd. Die was gratis op voorwaarde dat je je engageerde om wat je geleerd had in het buurthuis toe te passen. Sindsdien schilder ik clowns- en dierenmaskers op de gezichten van kinderen tijdens de buurtevenementen.


Je thuis voelen

Ik vind het vooral fijn dat je bij Dinamo jezelf kan zijn. Ja, er is af en toe wel eens een incident, maar eigenlijk zit de sfeer tussen de verschillende groepen hier erg goed. Dat komt omdat de opbouwwerkers er alles aan doen om je thuis te doen voelen. Ze zorgen ervoor dat er halal eten is voor de moslims, maken geen rare opmerkingen over mijn hoofddoek … Kleine dingen, die mij zeggen: “Jij bent welkom.”

Er is wel eens een discussie. Iemand die een belachelijke opmerking maakt. Maar dat praten we uit. De verantwoordelijken zullen niemand straffen, maar laten wel duidelijk voelen waar de grens ligt. Dat maakt dat ik me hier veilig voel.


Mijn hoofddoek

Ik werk voor een groot havenbedrijf. We zijn al enkele keren overgekocht, gefusioneerd ook, maar toch: al achttien jaar dezelfde werkgever. Ik zit op de leveranciersboekhouding. Op mijn werk draag ik mijn hoofddoek niet. Tijdens mijn sollicitatiegesprek werd er mij gezegd dat een hoofddoek niet toegelaten is op de werkvloer. Na de werkuren draag ik hem wel. Dat is confronterend. Zo ging ik eens naar een trouwfeest van een collega en ineens waren er mensen die mij straal negeerden, of opmerkingen maakten als: “O, ik dacht dat jij modern was.”

Mensen bekijken je alsof je onderdrukt bent, ook op straat. Ik vind dat verschrikkelijk. Dat ze zich niet kunnen voorstellen dat ik hier zelf voor gekozen hebt. Hoe denigrerend is dat eigenlijk? Natuurlijk zou het niet oké zijn, mocht mijn man mij daartoe verplichten. Maar dat zou hij nooit doen. Ik zou dat ook niet pikken. Ik heb hier zelf voor gekozen. Mijn ouders zijn daar blij om. Maar in alle culturen bestaan er zaken die ouders graag zouden zien en waar kinderen hen in teleurstellen.


Ieder mens als individu

Maar ik ben aan het klagen. Voor elke slechte ervaring, kom ik minstens tien mensen tegen die wel vriendelijk en correct zijn. Dinamo is daar maar één voorbeeld van. Ik herinner me nog een dag dat ik bij mijn ouders thuiskwam. Ik had een rotweek gehad. Het ene voorval na het andere. Ik dus maar afgeven op die racistische Belgen. Terwijl ik bezig was, zag ik al aan mijn vader dat hij me geen gelijk zou geven. Toen ik eindelijk klaar was, gaf hij geen krimp. Hij vroeg alleen: “Jij hebt dus heel de week niets leuks meegemaakt?”

“Toch wel”, antwoordde ik. “Vanochtend nog heeft een man vriendelijk naar me geglimlacht en daarnet hielp iemand me met mijn boodschappen.”
“Maar toch zit je je paar negatieve ervaringen te veralgemenen en te klagen over hoe iedereen racistisch is.”
Dat kwam aan. Sindsdien bekijk ik ieder mens als individu. Dat ben ik aan mijzelf verplicht.’


Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.